donderdag 19 februari 2015

Yvo Nuyens. Omdat, door het verleggen van die ene steen, de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

In ons land stellen we grote ongelijkheden in gezondheid vast, louter op grond van variabelen die de socio-economische status van een persoon bepalen. De laatste gezondheidsenquête liegt er niet om. De onderzoekers tellen 28% rokers bij de laagst opgeleiden en 18% bij de hoogst opgeleiden. 48% van de mannen met een lagere opleiding zegt in slechte gezondheid te verkeren, tegenover 20% van de mannen met een hogere opleiding. 4% van de hoogst opgeleide vrouwen beschikt niet meer over natuurlijke tanden. Bij de laagst opgeleide vrouwen is dat maar liefst 37%.

Als kind wilde ik heel graag dierenarts worden. Geen schoothondjes of parkieten voor mij: in mijn dromen verloste ik kolossale paarden en koeien van helse pijnen. Maar ja, Gent ligt te dicht bij Kortrijk en ik ging op kot in Leuven en studeerde met, laat ik het zo noemen, toenemende belangstelling pol&soc. De laatste twee jaar groeide mijn interesse dan helemaal voor het vakgebied ‘sociologie van het gezin, de bevolking en de gezondheidszorg’, zoals dat toen heette. En daar kreeg ik les van gezondheidssocioloog Yvo Nuyens en leerde over de organisatie van de gezondheidszorg, de sociale determinanten van gezondheid, over de kromme eerstelijn, over de impact van verzuilde ziekenfondsen, de farmaceutische industrie en artsensyndicaten, over de kinder- en moedersterfte in Afrika, over het recht op inspraak van patiënten...

Professor Nuyens was geen droge wetenschapper; hij zette evidentie om in praktijk, vanuit verontwaardiging en met de nodige passie. Zo was hij oprichter en bezieler van Trefpunt Zelfhulp, het informatie- en ondersteuningscentrum voor zelfhulpgroepen in Vlaanderen. Hij was ook programmadirecteur bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève. In vele ontwikkelingslanden bouwde hij mee aan een gezondheidszorgsysteem dat aansloot bij de noden van arme bevolkingsgroepen. Ik herinner me dat hij ons als studenten een week aan een stuk ‘vorderde’ voor zijn lessen, omdat hij maar één week in het land was. Ik herinner me zijn witte pakken, zijn vrolijke sjaaltjes, zijn sjakosse, zijn humor, zijn reisverhalen, zijn liefde voor Afrika en de Afrikaanse medemens (je hebt het of je hebt het niet) en zijn gedreven inzet voor een betere organisatie van de gezondheidzorg.

De professor overleed op 20 januari 2015.

De laatste jaren was hij weer erg actief in het analyseren van de vooruitgang maar ook de stilstanden van ons gezondheidszorgsysteem. De ‘trein der traagheid ’of ‘de logge olifant’, zo noemde hij dat. In 2013 publiceerde hij de essaybundel ‘Dokter, ik heb ook iets te zeggen’ en stelde vast dat de patiënt ondertussen wel een pak mondiger is geworden maar als groep ‘belanghebbenden’ nog altijd onvoldoende weegt op het beleid. En dat het nog altijd niet goed gaat met de geestelijke gezondheidszorg, en dat de overheid onvoldoende investeert in preventie en dat de ongelijkheden in gezondheid toenemen. Niet lang erna, in mei 2013 en onder zijn leiding formuleert ‘de Kievitgroep’, een denktank met meer dan twintig zeer uiteenlopende gezondheidsexperts, een opmerkelijke beleidsconsensus over noodzakelijke veranderingen in de gezondheidszorg. Een belangrijk deel daarvan kwam terecht in de regeerakkoorden. Godzijdank.

Het doorbreken van de sociale ongelijkheid in gezondheid, was tot het laatst één van zijn grootste bekommernissen. In de artsenkrant van oktober 2014 deed hij deze oproep onder de noemer ‘De schande van de gezondheidskloof’:

Tenslotte is er behoefte aan een meer lokale aanpak. Internationale maar ook nationale voorbeelden, onder meer van de Koning Boudewijnstichting en het initiatief Gezonde Gemeente, bevestigen de kritische rol die lokale besturen in overleg met de bevolking kunnen spelen in het terugdringen van de gezondheidskoof. Dit gaat van Huizen van het Kind over sociale diensten tot en met lokale huisartsenkringen die allemaal...een steen in de rivier kunnen verleggen.

Onze organisatie neemt de oproep op de letter. Op 6 maart organiseert collega Barbara een bijeenkomst van steenverleggers. Steden, gemeentes en OCMW ’s hebben hefbomen in handen voor meer gezondheidsgelijkheid. Dat is onze boodschap en dit is het programma. Je bent welgekomen.



Annick
annick@logo-oostbrabant.be

vrijdag 13 februari 2015

Kabouters in mijn boodschappentas

Elke woensdagvoormiddag ga ik steevast met de kids boodschappen doen. Zoonlief, 4 jaar met het kleine karretje ("Pas op, kijk voor je, laat de mevrouw eens door jongen!") voorop en dochterlief, 2 jaar bij mama in de grote kar. Wat vinden ze dit telkens weer leuk.

We beginnen de winkel met de groenten- en fruithoek. Voor mij de 'safe corner'. Zoonlief kiest zijn favoriete fruitjes en legt ze fier in zijn eigen kinderkarretje. Mama kiest nog wat ander fruit voor voldoende variatie. We kiezen nog wat groentjes voor de komende dagen en dan begint het... "Kijk mama, choco!". Ik kan hem net wat afleiden door hem op de knop van de broodmachine te laten duwen. Oef… deze zijn we voorbij.

We lopen verder naar de charcuterieafdeling en botsen bijna op een rek met paaseitjes. "Oh mama! Paaseitjes!", roept zoonlief opgewonden. "Die wil ik zo graag!". "Nee, jongen, het is nog lang geen Pasen en zus mag deze niet eten," (zus heeft melk-soja intolerantie) en we lopen verder. Zoonlief al morrend achter mij…

Wat verder ziet hij boterhamworst van Plop. Terug die grote oogjes. "Oh, mama kijk Plop-worst…". Zoonlief is een zeer grote fan van Plop en ja hoor, deze keer geeft mama toe…Ook dochterlief, amper 2 jaar, herkent haar lievelingsclown Bumba in allerlei producten. "Bumbaaaaaa!", schalt ze vrolijk door heel de winkel.

En zo gaan we heel de winkel door. We trotseren de brikjes met kleurrijke sapjes, ("Want Ferre van mijn klas heeft die ook"), de ijsjes, koekjes… Zoonlief geeft het al wat sneller op bij de zoveelste “Neen, jongen”.

reclame_website.pngTal van producten met favoriete figuurtjes of opgevrolijkte verpakkingen, worden liefst aangeboden op ooghoogte van de kleintjes. Koekjes verrijkt met extra calcium, fruitsappen met natuurlijk bronwater, groeimelk voor de allerkleinsten… Als mama van een dochter met melk-soja-allergie lees ik alle verpakkingen grondig en steeds kom ik tot de conclusie dat deze producten niets van voedingswaarde bevatten, maar de verpakking wil je doen geloven dat deze 'toch net iets gezonder' zijn. Of nog erger, ze willen je doen geloven dat deze goed voor je kind zijn. Niets is minder waar…

Eigenlijk vind ik het zo jammer dat deze marketing zich voornamelijk toespitst op dergelijke ongezonde voeding gericht naar de allerkleinsten. Moesten we deze uitgekiende strategie toepassen op gezonde voeding, dan zouden onze kindjes er wel bij varen!

En ook voor mama zou het veel leuker zijn om toegefelijker te kunnen zijn tijdens de boodschappen. Meer weten over reclameboodschappen en verkoopargumenten voor voedingsproducten? Het Logo-project Reclame, we zijn er vet mee gaat hier dieper op in.

Lien
lien@logo-oostbrabant.be

vrijdag 6 februari 2015

Vrieskou… fietsen houdt je warm! (of toch bijna!)

’s Ochtends fris aangekomen op het werk na mijn vertrouwde fietsroute, de gezellige warmte lacht me toe. ‘Ben jij met de fiets gekomen? En het is zo koud!’, de collega’s zijn onder de indruk :-). Ik vraag me af waarom ze zelf niet met de fiets zijn gekomen, want wat is er nu meer of minder koud:

    copyright: www.dagjeweg.nl
  • Met de auto: je auto is helemaal dichtgevroren, die moet je dan nog ijsvrij krabben (bevroren vingers tot gevolg), je kinderen zitten ondertussen te bevriezen achterin want de verwarming zal pas volledig op volle toeren draaien als je al aan school of de opvang komt en je verliest ook nog eens een tiental minuten voor je kan vertrekken.
copyright: www.fotobrandpunt.nl

  • Met de fiets is het scenario bij mij als volgt: ik zet mijn kinderen lekker knus onder een warm fleece dekentje in de fietskar, zij houden elkaar warm door dicht tegen elkaar te zitten, ik duffel mezelf goed in en off we go! Met de juiste kledij valt die koude eigenlijk heel goed mee, je sjaal goed over de neus en de muts over de oren. Je waant je eventjes in je eigen wereld! En na een paar minuten heb je het zelfs al warm. Ik voorzie nu wel zeker genoeg lichtjes op mijn fiets, want er durven toch al eens autobestuurders vertrekken zonder dat al het ijs volledig weg is en hun zichtbaarheid ook nog niet optimaal is. Met mijn flitsende lichten en fluo strap rond mijn arm, zien ze me zeker!
Het enige minpunt dat ik wel ervaar, zijn ijskoude tenen, die geraken maar niet opgewarmd, hoe hard ik ook fiets. Dus als iemand daar goede oplossingen voor heeft, laat maar weten! 

Sara
sara@logo-oostbrabant.be